Beheersmaatregelen › Etop

Beheersmaatregelen

Waarom beheersmaatregelen?
Indien een risico inventarisatie en evaluatie (RI&E) uitwijst dat er voor een bepaald item een risico bestaat, zullen er maatregelen moeten worden genomen om dit risico verder te verlagen. We spreken dan van preventie.

"Bij het nemen van maatregelen is men volgens de Arbowet verplicht de arbeidshygiënische strategie te volgen."

Er zijn verschillende vormen van preventie:
1. Primaire preventie: verminderen of voorkomen van de blootstelling c.q. ongeval
2. Secundaire preventie: vroegdiagnostiek van interne blootstelling of vroege effecten
3. Tertaire preventie: begeleiding van zieke werknemers
Secundaire en tertiaire preventie kunnen of moeten worden ingezet als het risico niet structureel kan worden verlaagd en er een zogenaamd restrisico overblijft. Dit kennisdossier gaat echter vooral over de primaire preventie.
Voordat kan worden vastgesteld hoe een risico moet worden beheerst, zal het probleem eerst moeten worden begrepen. Alleen dan kan de juiste maatregel worden genomen. Er zal dus een goede diagnose van het probleem moeten worden gemaakt. Daarvoor kunnen verschillende methoden worden ingezet die in dit kennisdossier worden beschreven.

Welke soorten beheersmaatregelen zijn er?
De meest effectieve vorm van beheersing van risico’s is natuurlijk om dit al te ondervangen bij het ontwerp van een product, een productielijn of een nieuw gebouw of kantoor. We spreken dan van preventie in de ontwerpfase. Er zijn een aantal cruciale momenten waarbij arborisico’s kunnen worden bekeken in het hele ontwerp proces.
In alle situatie is men bij het nemen van maatregelen volgens de Arbowet verplicht de arbeidshygiënische strategie te volgen. Dat houdt in dat een zekere hiërarchie is aangebracht voor de typen beheersmaatregelen die kunnen worden ingezet:
Bronmaatregelen:
1. Eliminatie van blootstelling
-      totale verwijdering van agens, proces of werkzaamheden.
2. Reductie van blootstelling
-      maatregelen die leiden tot een kleinere emissie van blootstelling vanuit de bron.
3. Isolatie van bronnen
-      afscheiding van bron door het inbouwen van barrières.

Maatregelen in de overdrachtsweg:
4. Ventilatie
-      het verlagen van de blootstelling via afzuiging en/of toevoer van lucht. Hiermee wordt de bron ongemoeid gelaten, maar wordt de overdracht tussen de bron en de werknemer beïnvloed.
5. Vermijden van blootstelling
-      het vergroten van de afstand tot de bron;
-      het verkorten van de blootstellingduur (in tegenstelling tot de meeste andere maatregelen is dit een primair organisatorische maatregel). Dit kan worden gerealiseerd door de tijd te beperken die in bepaalde ruimtes of bij bepaalde processen wordt doorgebracht. Een andere manier is om de blootstellingduur voor alle werknemers te verkorten door taakroulatie in te voeren.

Maatregelen bij de ontvanger:
6. Persoonlijke beschermingsmaatregelen.

In dit kennisdossier wordt op elk van deze niveaus uitgebreid ingegaan en worden ook enkele voorbeelden gegeven.

Wat zijn belangrijke randvoorwaarden bij de invoering van een beheersmaatregel?
Voordat een start kan worden gemaakt met de risicobeheersing moet het voor alle partijen precies duidelijk zijn wat het exacte doel is van de maatregel en welk eindpunt moet worden bereikt. Verder zijn er een groot aantal randvoorwaarden waaraan een maatregel moet voldoen om uiteindelijk effectief te kunnen zijn. Voorbeelden daarvan zijn een goede kosten-baten verhouding, het moet praktisch hanteerbaar zijn in de praktijk en ook draagvlak hebben bij de verschillende partijen die met de maatregel moeten werken. Als de effectiviteit van een maatregel afhangt van het gedrag van werknemers dan is voorlichting, onderricht, toezicht maar ook zeker acceptatie en draagvlak bij werknemers van essentieel belang om de maatregel ook op termijn goed te kunnen laten werken.

Hoe herken ik een goede beheersmaatregel?
Een goede beheersmaatregel is een maatregel die het risico structureel verlaagt tot een niveau zonder risico op een ongeval of gezondheidsschade. De effectiviteit van een maatregel wordt vreemd genoeg niet vaak geëvalueerd. Vaak neemt men in de praktijk aan dat met een bepaalde maatregel het risico wordt beheerst, zonder dat verder aan te tonen. Het is daarom lang niet altijd eenvoudig een goede beheersmaatregel te herkennen. Echte zekerheid kan pas worden verkregen via een nieuwe beoordeling, al dan niet met uitvoeren van metingen van geluid, chemische stoffen, straling etc.
Steeds vaker worden in arbocatalogi zogenaamde goede praktijken beschreven die door alle partijen (werkgevers, werknemers en arbeidsinspectie) worden beschouwd als een bepaalde veilige werkwijze met een bijbehorend pakket van beheersmaatregelen. Ook hier geldt dat de effectiviteit lang niet altijd is aangetoond. Wel zijn er (bijvoorbeeld voor chemische stoffen) inventarisaties gemaakt van goede praktijken, waarbij een beoordeling is gemaakt in hoeverre een veilige werkwijze een aantoonbare, betrouwbare en veilige uitkomst heeft. Deze informatie is opgesteld en verzameld in opdracht van de sociaal economische raad en is een eerste poging om op dit vlak het kaf van het koren te scheiden.

Goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen?

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief